Beeld van de verkiezingen in Sentaurië
Afgelopen oktober waren er (weer eens) Tweede Kamerverkiezingen in Nederland.
Daarbij werd, na een zenuwslopende telling, D66 de grootste partij. Ze hadden 26 zetels veroverd, nog niet eerder in de geschiedenis was de groepering van Rob Jetten zo groot.
Hoe ziet het politieke landschap in Sentaurië eruit?
Vanaf 2615 tot 2652 domineerde één partij het land: de Anti Sport Partij (ASP). Dit om te voorkomen dat het sportisme nog ooit z’n vuige kop zou opsteken. Men had genoeg van de prestatiemaatschappij, van het elkaar de maat meten. 2615 betekende het einde van de meritocratie.
In de loop van de jaren twintig en dertig was er toch meer behoefte aan sport en ontspanning en dus werden de teugels wat losser. Sporten mocht weer, maar competities bleven verboden. Ook werden er in steden en dorpen zones aangewezen waar het was toegestaan, de zogenaamde Recreo-gebieden. Sport bleef een beladen onderwerp, men gaf de voorkeur aan het eufemisme ‘Recreo”.
Bij de grondwetswijziging van Manaria 2625 werd besloten de Anti Sport Partij de splitsen in zes zuilen, van wat elders links werd genoemd tot behoorlijk rechts.
De linkse zuil, opkomend voor arbeiders en laagbetaalde inkomens, ging zich de Totiïsten noemen (van totos, opkomend voor iedereen). Daarnaast was er een zuil die zich meer liet leiden door het Taranisme, de grootste religie van Sentaurië onder de naam Confessionelen.
De rechterzuilen waren de liberalen, die het meritocratische Arnundon als hun heilstaat zien en uiterst rechts, de Radicalen, voor wie het beleid van de ASP dan weer niet streng genoeg was.
Weer tien jaar later, in 2635 bleek het zuilensysteem toch niet goed te werken en werd het éénpartijstelsel losgelaten. Als eersten stapten de Liberalen uit de ASP en richtten de MFC op, de Mouvimento Frontala Centauria. Net zoals elders op de wereld streefde deze MFC naar een klein(er)e overheid en meer ruimte om te ondernemen zoals het verlagen van de winstbelasting.
De Liberalen wisten grootschalige Remplaceringen te voorkomen. Dat was het opleggen van antisportistische normen en waarden aan het bedrijfsleven, tot zelfs, in het uiterste geval, het nationaliseren van ondernemingen die onder buitenlandse vlag voeren. Functioneringsgesprekken mochten weer officieel worden gehouden.
Daarop stapten de Totiïsten ook uit het moederschip van de ASP en richten ELAN op.
Dit om te voorkomen dat werknemers minder, of in ieder geval te weinig te zeggen hadden bij de ondernemingen en bij de overheden. Deze stap werd door de vakbonden gesteund.
Bij de verkiezingen die vorig jaar werden gehouden deden verschillende partijen mee, maar uiteindelijk eindigde het met de Grote Vier: de ASP, ELAN, MFC en een relatieve nieuwkomer: de buiten de ASP opgerichte Onafhankelijke Partij. Deze Onafhankelijken willen een minder centralistisch bestuur. Zij willen Sentaurië omvormen tot een federatie met vergaande bevoegdheden voor de deelstaten, de raini.
In principe is Sentaurië dat nu al, maar de Onafhankelijken willen een nog losser statenverbond met zelfs de mogelijkheid om ‘uit het bestel’ te stappen. Dit separatisme stak in de jaren twintig al de kop op in Haros en recenter zou de Nuidanto (enkele raini in het noordoosten van het land) hier ook oren naar hebben. Door de winst van de MFC gingen deze plannen weer rap de koelkast in, maar er zijn zeker groepen inwoners die hier wel interesse naar hebben.
Op bijgaande kaart staat met stippen aangegeven welke partij de grootste werd in ieder raino.
De Anti Sport Partij blijft dominerend, maar in veel raini in Noord en Zuidoost-Sentaurië (Patrugonda) is de MFC de grootste geworden. Deze MFC pleit voor afschaffing van het sportverbod en het herinvoeren van wedstrijden op kleine schaal. Er wordt gedacht aan asjkod (de populairste sport op Calennius, een [vermoeiende!] mix van voetbal en handbal), hardfietsen en hardlopen (door de antisportisten Zinloos Rennen genoemd).
Er zijn drie raini waar geen duidelijke winnaar was: Núrm, Toliantas (de Oostereilanden) en Voscovakia, die zijn dan ook niet stipgenoteerd.
